De verse Fine Fleur bloemkolen van vader Luc en zoon Brecht Dejonckheere en moeder Carine Desintebin uit Gits

In weer en wind worden de dagverse kwaliteitsgroenten en –fruit van de REO Veiling door bijna duizend actieve leden-producenten met vakkennis en een sterke betrokkenheid marktklaar gemaakt. Elk hebben ze hun eigen verhaal dat ze graag met je delen. Deze maand zijn we in Gits bij bloemkooltelers Luc en Brecht Dejonckheere en Carine Desintebin.

  • Het is een prachtige zonnige morgen en vanop het pas ingeplante bloemkoolveld op de heuvel heb je rondom een ruim zicht. Luc wijst het ons aan: van de IJzertoren in Diksmuide tot de grote windmolen in Zedelgem. Op het veld onder ons worden de volgroeide exemplaren afgesneden en kruipt de tractor met zijn oogstkar als een slak over het veld.

Brecht: "Ik heb de tractor zo geprogrammeerd dat hij automatisch rijdt en daarbij het ritme van de verwerking in de oogstkar volgt. Op die manier kunnen we de oogst makkelijk doen met ons drie. (lacht) Het is belangrijk dat je als boer ook iets weet van techniek, als je een defect hebt, moet je het onmiddellijk zelf kunnen oplossen."

  • Vader, zoon en moeder zijn perfect op elkaar ingespeeld, ze werken dan ook al jaren samen. Luc is maar wat blij én fier dat Brecht besloten heeft in het bedrijf te komen. Jonge boeren - Brecht is 26 - beginnen immers een zeldzaamheid te worden volgens Luc.

Brecht (brede lach): "Ik heb nooit anders gewild dan de derde generatie op het hof worden. Mijn ouders vonden wel dat ik eerst moest gaan studeren en ik heb dan ook een bachelor Landbouw gevolgd. Een doelgerichte keuze!"

Luc: "Hij heeft mooie werkaanbiedingen gehad, maar die heeft hij niet aangenomen. Het moet een combinatie zijn: je moet het graag doen, maar je moet er ook je boterham mee kunnen verdienen. In de buurt zijn zo'n tien bedrijven gestopt omdat er geen opvolging was. Nieuw beginnen als boer is heel moeilijk, niet alleen is de grond duur, je moet ook leergeld betalen. Dat heb je niet als je erin opgegroeid bent. Mijn vader is hier gestart in de jaren '70, met onder andere bloemkool. Ik heb mijn vader opgevolgd in het najaar van 1991. Vijf jaar terug is Brecht in de zaak gekomen, neen, hij heeft ze nog niet overgenomen."

  • Veel tijd om te praten is er voorlopig niet want de zon heeft er zin in en klimt in een rotvaart hoger, waarbij de temperatuur fluks volgt. De bloemkolen moeten dan ook voor de middag gesneden zijn.

Brecht: "Warmte mag, zon niet. Daarom zijn we deze morgen om 6 uur begonnen en stoppen we deze middag. Eens gesneden, moeten de kolen zo fris mogelijk bewaard worden, zowel bij ons als op de veiling. Deze gaan straks op 3°C in onze koelloods en morgenvroeg naar de veiling."

Luc: "Bloemkolen zijn zeer weersafhankelijk. Dit is volop de zomerteelt, maar we hebben ook een herfstteelt en een 'weewen'teelt*." Hij lacht als hij mijn verbazing ziet. "De weeuwenteelt is een vroege teelt die we zelf zaaien in oktober, opkweken in onze eigen serre, uitplanten in februari en snijden begin mei. (heel trots) Dit jaar leverden we dan ook de primeurbloemkool op de veiling."

  • De schoonheden die nu de transportband opgaan, werden in mei geplant, leer ik. Het snijden is best wel heftig. Met een fikse hauw van een vlijmscherp mes wordt de kool losgehakt en tussen de rijen gelegd. Het is niet omdat alle planten samen geplant werden dat ze ook samen bloemkool worden! Luc en Brecht speuren het veld af naar de oogstrijpe exemplaren. Regelmatig knakken ze bladeren en vouwen die over de bloemknop.

Brecht: “Deze bloemkolen zijn bijna groot genoeg, maar hebben nog niet de perfecte maat van 27 cm. Door de bladeren er bovenop te leggen beschermen we ze tegen de zon zodat ze mooi wit en vast van structuur blijven. We willen immers Fine Fleur bloemkolen! Die moeten gelijk van vorm en grootte zijn, weinig bladeren hebben en mooi plat in de bak liggen." Luc vult aan: "Ze moeten lachen in de bak!"

  • Carine is ondertussen op de oogstwagen geklommen, de transportband is opengedraaid en de bloemkolen kunnen na een laatste bijhakken van de bladeren, mooi 'getrimd' hun tocht naar de veiling beginnen. Maar eigenlijk is het Carine die de 'final touch' geeft én zal bepalen of het een echte Fine Fleur wordt of een Flandria-bloemkool. Hoe doet zij de laatste selectie?

Carine (lacht): "Dat is aanvoelen, na al die jaren zie je het gewoon en voel je het gewicht zonder weegschaal. Voor Fine Fleur moet er steeds een ‘schelle’ af van het groen, zodat er minder bladeren aan zijn, zo hebben de consumenten minder verlies en zijn de kolen mooi opgeschoond. Fine Fleur bloemkolen zitten per zes stuks in iets lagere veilingkisten. De hogere kisten zijn voor de Flandria bloemkolen, daar blijft meer groen aan en ze 'lachen' minder omdat ze lager zitten. Er blijft steeds groen aan de kolen omdat een bloemkool veel water bevat waardoor ze zeer gevoelig is voor beschadiging, de bladeren zijn hun beschermjasje."

  • Water... het woord is gevallen.

Luc: "Bloemkolen zijn dorstige planten. Te kort aan water merk je in de kwaliteit. Bij de meeste velden hebben we waterputten. Het water geven zelf doen we met een haspel. Als het goed regent vullen de omringende beken de putten, maar omdat het geen 'folieputten' zijn, moeten we betalen voor het water dat we eruit halen: het water heeft immers de grond geraakt. (zucht) Dat is één van de redenen dat veel collega's er de brui aan geven, er komen altijd maar nieuwe regeltjes bij. Sommige zitten dan nog eens ver van de veiling en raken gedemotiveerd, willen overschakelen naar vee, maar ook daar zijn er grote problemen..."

Brecht: "Wij combineren de teelt van verschillende vruchten met een beperkte kweek van rundvee, dikbil witblauw. Zij grazen op de lager gelegen percelen die we in weiland hebben gestoken. Niet aan monocultuur doen, is altijd positief en vruchtafwisseling vind ik noodzakelijk. Zo hebben we naast bloemkool het hele jaar door aardappelen, verschillende soorten, en 's winters prei en knolselder. Alles voor de versmarkt, op de veilingklok dus. Een bewuste keuze voor kwaliteit."

Luc: "Ook mijn vader heeft nooit aan de fabriek verkocht, zette altijd alles op de klok."

Brecht: "De aanlevering doen we in afspraak met de product manager van de veiling. Deze morgen stuurde ik nog een berichtje dat we veel bloemkolen hebben die we morgen kunnen aanleveren. De veiling streeft naar een continu volume, wat goed is voor iedereen. Op dit moment is er geen overaanbod. Door de kaart van Fine Fleur te trekken, hebben we meer werk aan de teelt, maar krijgen we een meerprijs en... kunnen we terecht fier zijn op onze producten."

  • We zijn tractor en oogstkar gevolgd naar de hoeve en er wordt nog wat nagepraat. Eten ze zelf veel bloemkool?

Brecht: "Ik eet het heel graag, maar wel gekookt en liefst met een saus."

Carine lacht: "Voor mij mogen de roosjes rauw blijven, lekker als aperitief of in een salade met wat mayonaise."

Luc: "Carine is kok van opleiding, volgde Spermalie..." Carine pikt meteen in: "Je moest iets doen hé en naar de landbouwschool gaan om biotechnische te volgen, zat er als meisje dertig jaar geleden jammer genoeg niet in. Mijn ouders waren ook landbouwers met runderen en groenten. (brede lach) Stel je bij dat kok zijn niet veel voor hoor. Sedert we getrouwd zijn, is het mijn schoonmoeder die elke dag kookt en ik ben daar heel tevreden mee!"

 

Over bloemkool…

Weten

Bloemkool behoort tot onze topgroenten. Reeds aan het begin van onze jaartelling zouden ijverige tuiniers zich in Cyprus over tennisbalgrote knoppen in een groene krans van bladeren hebben gebogen. Hoe de Cyprioten hun kooltjes klaar maakten, is niet bekend, maar dat de hagelwitte kooltjes met kleine bloemrozetjes daarna Italië en Egypte veroverden, weten we wel. Sinds de 17de eeuw is de bloemkool een vaste waarde in de Europese moestuinen.

Kopen

Verse bloemkolen hebben een bloemkroon die vast is van structuur met een prachtige roomwitte kleur. Een ‘wollige’ bloemkroon duidt op een te lang verblijf in de winkelrekken.

Bewaren

Maak je bloemkool niet onmiddellijk volledig klaar, verwijder dan de schutbladeren en snij de stronk eruit, maar gooi die niet weg! Verpak bloem en stronk apart in plasticfolie, ze bewaren zeker een week in de groentelade van de frigo. Van de bloem snij je telkens de roosjes af die je nodig hebt.

Keuken

  • Bloemkool is een heel veelzijdige groente. Traditioneel hoort bij bloemkool een rijke béchamelsaus, maar er zijn nog tal van andere bereidingswijzen mogelijk.
  • Bloemkoolroosjes zijn ook overheerlijk als licht verteerbaar, caloriearm en vitaminerijk aperitiefhapje. Een alternatief voor wie geen rauwe bloemkool lust is ‘lauwe’ bloemkool overgoten met een vinaigrette van olijfolie, citroen, fijngesneden koriander, peterselie en peper uit de molen.
  • Van bloemkool kun je ook soep en puree maken en daarbij kan ook de stronk mee in de pot.
  • De roosjes kun je blancheren en dan bakken samen met broodkruin.
  • Rauwe bloemkool kun je in dikke plakken snijden en gewoon bakken in de pan in wat goede boter of ze door een beslagje halen en frituren.
  • Heel imposant en superlekker is een klein exemplaar in zijn geheel - bladeren af - in een warme oven van 180°C mooi bruin laten worden, zo krijg je een diepe wat gebrande smaak. Bedruppel éénmaal afgekoeld met een mix van room en kippenbouillon.
  • Probeer zeker ook eens een tabouleh van bloemkool: de roosjes raspen en de bekomen couscous mengen met brunoise van courgette, bleekselder, rode of gele paprika en fijngesnipperde pijpui. Op smaak brengen met citroensap, olijfolie en peper van de molen en afwerken met grijze garnaaltjes of stukjes (koude) gebakken kip en fijngesnipperde verse koriander.

 

Redactie: Tine Bral
Fotografie: Marc-Pieter Devos

foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1
foto 1

Blijf op de hoogte van onze activiteiten via REO Actueel digitaal
Inschrijven voor de nieuwsbrief (bij voorkeur via Google Chrome)
  Brochure

TOP